Ga direct naar de contentGa direct naar de footer

1. Maak oogcontact

Zie je dat iemand onrustig door de trein of de bus loopt? Probeer oogcontact te maken. Maak liever geen onverwachte of snelle bewegingen. Vraag vriendelijk of de persoon met dementie even bij je wil komen zitten.

2. Praat rustig

Probeer erachter te komen wat iemand met dementie wil of wat er aan de hand is. Praat in korte zinnen en stel één vraag per keer. Wacht even totdat je reactie krijgt. Vraag of je begrepen wordt. Zo ontdek je snel of en hoe je kunt helpen.

3. Ga mee in de beleving van iemand met dementie

Is iemand er van overtuigd dat de bus de verkeerde kant op rijdt? Probeer niet te veel te corrigeren of tegen te spreken. Zo leg je de nadruk op wat iemand met dementie niet meer weet of kan. Ga mee in de beleving. Zeg bijvoorbeeld dat de bus nu misschien anders rijdt, maar uiteindelijk wel op de juiste plaats zal aankomen.  

4. Leg uit wat je doet voordat je handelt

Wil je iemand met dementie helpen om zijn/haar partner terug te vinden in de trein? Vraag toestemming ("vindt u het goed als...") voordat je handelt. Dat stelt gerust en zo laat je de regie bij de persoon met dementie. 

5. Benoem de gevoelens

Drukt iemand bij elke halte op de rode stopknop zonder uit te stappen? Benoem de gevoelens die je bij iemand ziet of hoort, bijvoorbeeld onzekerheid. “Ik zie dat u niet precies weet wanneer u op de rode knop moet drukken.” Mensen met dementie krijgen sneller een opgejaagd gevoel of huilen snel. Die emoties mogen er gewoon zijn.